Scania SC DTC 8832 Impulssensor

SC SC besturingseenheid · Scania · 6 varianten

Code 8832 (decimaal). Sommige diagnoseapparaten tonen deze hexadecimaal als 2280.

Kort samengevat

Het snelheidssignaal of het beveiligde signaal afkomstig van de impulssensor is incorrect.

Variant 1

Van toepassing op: SC1 (TCO)

Wat betekent Scania SC foutcode 8832?

Het snelheidssignaal of het beveiligde signaal afkomstig van de impulssensor is incorrect.

Wat veroorzaakt Scania DTC 8832?

De storingscode wordt ook gegenereerd als de tachograaf of snelheidssensor is vervangen zonder dat ze hierna op elkaar zijn afgestemd. Geen communicatie tussen de tachograaf en de impulssensor als gevolg van kortsluiting, onderbreking of een defecte impulssensor.

Hoe lost u Scania SC foutcode 8832 op?

  1. Stem de tachograaf en de snelheidssensor zo nodig op elkaar af.
  2. IJk de tachograaf opnieuw.
  3. Controleer de impulssensor, inclusief de kabelboom en de stekkerverbindingen.
  4. Controleer op indicaties dat de snelheidssensor op ongeoorloofde wijze aangepast is.

Variant 2: Snelheidssensor

Van toepassing op: SC2 (TCO)

Detectie

De tachograaf heeft een storing vastgesteld bij het vergelijken van het frequentiesignaal van het snelheidssignaal en het gegevenssignaal dat voor de codering wordt gebruikt. De tachograafdisplay toont code 22 voor deze storingscode.

Mogelijke oorzaak

- Kortsluiting of onderbreking in de kabelboom tussen de snelheidssensor en de tachograaf. - Interne storing in de snelheidssensor. - Storing in tachograaf. - De storingscode kan ook optreden als er op de een of andere manier met het snelheidssignaal is geknoeid.

Oplossing

  1. Controleer de kabelboom en de stekkerverbindingen.
  2. Controleer de snelheidsensor.
  3. Controleer pen B3 op de tachograaf.

Variant 3: Snelheidssensor

Van toepassing op: SC3 (TCO)

Detectie

Het snelheidssignaal of het beveiligde signaal afkomstig van de snelheidssensor is incorrect.

Mogelijke oorzaak

De storingscode wordt ook gegenereerd als de tachograaf of snelheidssensor is vervangen zonder dat ze hierna op elkaar zijn afgestemd. Geen communicatie tussen de tachograaf en de snelheidssensor als gevolg van kortsluiting, onderbreking of een defecte snelheidssensor.

Systeemreactie

Er wordt een waarschuwing weergeven op de instrumentengroep.

Oplossing

  1. Stem de tachograaf en de snelheidssensor zo nodig op elkaar af.
  2. IJk de tachograaf opnieuw.
  3. Controleer de rijsnelheidssensor, inclusief kabelboom en stekkerverbindingen.
  4. Controleer op indicaties dat de snelheidssensor op ongeoorloofde wijze aangepast is.

Variant 4: Snelheidssensor

Van toepassing op: SC4 (TCO)

Detectie

De tachograaf heeft een storing vastgesteld bij het vergelijken van het frequentiesignaal van het snelheidssignaal en het gegevenssignaal dat voor de codering wordt gebruikt of vanaf een onafhankelijke snelheidsbron (satellietpositiebepaling in dit geval).

Mogelijke oorzaak

- Kortsluiting of onderbreking in de kabelboom tussen de snelheidssensor en de tachograaf. - Interne storing in de snelheidssensor. - Storing in tachograaf. - Storing in vergelijking tussen het snelheidssensorsignaal vanaf de sensor en de onafhankelijke snelheidsbron (satellietpositiebepaling in dit geval). - De storingscode kan ook optreden als er op de een of andere manier met het snelheidssignaal is geknoeid.

Systeemreactie

De gebeurtenis wordt opgeslagen in de tachograaf en in de digitale tachograafkaart. Display storingscode 22 of 80 wordt weergegeven.

Oplossing

  1. Controleer de kabelboom en de stekkerverbindingen.
  2. Controleer de snelheidssensor.
  3. Controleer pen B3 op de tachograaf.
  4. Controleer het snelheidssensorsignaal vanaf de snelheidssensor in vergelijking met een onafhankelijke snelheidsbron (satellietpositiebepaling in dit geval).

Variant 5: Snelheidssensor

Van toepassing op: SC5 (TCO)

Detectie

Het snelheidssignaal of het beveiligde signaal afkomstig van de snelheidssensor is incorrect.

Mogelijke oorzaak

De storingscode wordt geactiveerd als de tachograaf of snelheidssensor is vervangen zonder dat deze vervolgens wordt gekoppeld. Geen communicatie tussen de tachograaf en de snelheidssensor als gevolg van kortsluiting, onderbreking of een defecte snelheidssensor.

Systeemreactie

Er wordt een waarschuwing weergeven op de instrumentengroep.

Oplossing

  1. Stem de tachograaf en de snelheidssensor zo nodig op elkaar af.
  2. IJk vervolgens de tachograaf opnieuw.
  3. Controleer de snelheidssensor.
  4. Controleer de kabelboom van de snelheidssensor.
  5. Controleer de stekkerverbinding van de snelheidssensor.
  6. Controleer of er op een ongeoorloofde manier met de snelheidssensor is geknoeid.

Variant 6: Snelheidssensor

Van toepassing op: SC6 (TCO)

Detectie

De tachograaf heeft een storing vastgesteld bij het vergelijken van het frequentiesignaal van het snelheidssignaal en het gegevenssignaal dat voor de codering wordt gebruikt of vanaf een onafhankelijke snelheidsbron (satellietpositiebepaling in dit geval).

Mogelijke oorzaak

- Kortsluiting of onderbreking in de kabelboom tussen de snelheidssensor en de tachograaf. - Interne storing in de snelheidssensor. - Storing in tachograaf. - Storing in vergelijking tussen het snelheidssensorsignaal vanaf de sensor en de onafhankelijke snelheidsbron (satellietpositiebepaling in dit geval). - De storingscode kan ook optreden als er op de een of andere manier met het snelheidssignaal is geknoeid.

Systeemreactie

De gebeurtenis wordt opgeslagen in de tachograaf en in de digitale tachograafkaart. Storingscode 22 of 80 wordt weergegeven op het display.

Oplossing

  1. Controleer de kabelboom en de stekkerverbindingen.
  2. Controleer de snelheidssensor.
  3. Controleer pen B3 op de tachograaf.
  4. Controleer het snelheidssensorsignaal vanaf de snelheidssensor in vergelijking met een onafhankelijke snelheidsbron (satellietpositiebepaling in dit geval).

Deze informatie is uitsluitend bedoeld als richtlijn. Volg altijd de werkplaatshandleiding van de fabrikant en de veiligheidsprocedures; neem bij twijfel contact op met een erkende werkplaats.