Variant 1
Van toepassing op: EMS10
Wat betekent Scania EMS foutcode 5885?
De waarden van temperatuursensor T158 bij de uitlaatdemperinlaat verschillen van de verwachte waarden. Wederzijdse vergelijkingen tussen de drie temperatuursensoren, T158, geven onwaarschijnlijke waarden aan. De storing wordt geregistreerd binnen 60 minuten tijdens het rijden met belasting, niet bij stationair draaien.
Wat veroorzaakt Scania DTC 5885?
- Brandstoflekkage vanaf bijv. de verstuiver in de cilinderkop naar de uitlaatgasstroom. - Olielekkage vanaf bijv. de turbocompressor naar de uitlaatgasstroom. - Storing in de temperatuursensor T158. - Een uitlaatsysteem waarmee is geknoeid resulteert in een lage luchtstroom door de oxidatiekatalysator en het deeltjesfilter. - Storing in de vuldruksensor T122.
Hoe lost u Scania EMS foutcode 5885 op?
- Controleer de storingscodes betreffende het brandstofsysteem en het gasuitwisselingssysteem.
- Verhelp de storingscodes. - 2.
- Controleer de uitlaatgastemperatuur wanneer de storingscode wordt gegenereerd.
- Als slechts één van de waarden onwaarschijnlijk is en bijvoorbeeld minder dan 0 °C of meer dan 600 °C aangeeft vergeleken met de andere waarden, dan is er waarschijnlijk een storing bij temperatuursensor T158.
- Ga naar T158, temperatuursensor en controleer of: - de waarden voor de verschillende temperatuursensoren wijzigen.
- Temperatuursensor T158 is correct gemonteerd.
- Olie- of brandstoflekkage kan temperatuurstijgingen veroorzaken, start Handmatig controleren op olie in de demper.
- Start Nabehandeling uitlaatgassen, werkingscontrole deeltjesfilter en selecteer Temperatuursensor controleren.
- Voer de Brandstoflekkagetest uit om defecte verstuivers te vinden.
- Controleer of er met het uitlaatsysteem is geknoeid.
- Controleer of de doorstroom via het inlaatluchtsysteem normaal is onder: T122, vuldruksensor.
- Ter verificatie: Start Nabehandeling uitlaatgassen, werkingscontrole deeltjesfilter en selecteer Temperatuursensor controleren.
Variant 2
Van toepassing op: EMS S8
Detectie
De waarde van temperatuursensor T158 voor de oxidatiekatalysator verschilt van de verwachte waarde. Wederzijdse vergelijkingen tussen de drie temperatuursensoren T158 geven onwaarschijnlijke waarden aan.
Mogelijke oorzaak
- Brandstof- of olielekkage in de uitlaatgasstroom (bijvoorbeeld vanaf de verstuivers in de cilinderkoppen of inspuitklep V185, olie vanaf de turbocompressor). - Storing in de temperatuursensor T158. - Een uitlaatsysteem waarmee is geknoeid resulteert in een lage luchtstroom door de oxidatiekatalysator en het deeltjesfilter. - Storing in luchtmassameter T126. - Storing in de vuldruksensor T122.
Systeemreactie
Deeltjesfilterregeneratie is niet mogelijk. De storing is van invloed op de uitstoot van stikstofoxide door de motor. Afhankelijk van de emissieklasse resulteert dit in koppelreductie, toerentalbegrenzing en een brandende waarschuwingslamp. Geconstateerd binnen 60 minuten bij rijden onder belasting (niet tijdens stationair draaien).
Oplossing
- Controleer en verhelp de storingscodes betreffende het brandstofsysteem, inspuitklep V185 en het gasuitwisselingssysteem.
- Controleer de uitlaatgastemperatuur bij het genereren van de storingscode.
- Als slechts één van de waarden onwaarschijnlijk is en bijvoorbeeld minder dan 0 °C of meer dan 600 °C aangeeft vergeleken met de andere waarden, dan is er waarschijnlijk een storing bij temperatuursensor T158.
- Ga naar T158, Temperatuursensor en controleren of: - de waarden voor de verschillende temperatuursensoren wijzigen. - temperatuursensor T158 correct is aangebracht.
- Olie- of brandstoflekkage kan temperatuurstijgingen veroorzaken, start Handmatig controleren op olie in de demper.
- Start Nabehandeling uitlaatgassen, werkingscontrole deeltjesfilter en selecteer Temperatuursensor controleren.
- Voer de Brandstoflekkagetest uit om defecte verstuivers te vinden.
- Controleer of er met het uitlaatsysteem is geknoeid.
- Controleer of de doorstroom via het inlaatluchtsysteem normaal is onder:
- T126, luchtmassameter, geldt alleen voor motoren met EGR.
- T122, vuldruksensor, geldt alleen voor motoren zonder EGR.
- Controleer de inspuitklep op uitlaatgasnabehandeling, start indien aangebracht Uitlaatgasnabehandeling, storingsdiagnose inspuitklep.
- Inspuitklep V185 is alleen aangebracht bij bepaalde 5-cilinder-motoren.
- Verificatie Start Nabehandeling uitlaatgassen, werkingscontrole deeltjesfilter en selecteer Temperatuursensor controleren.
Variant 3
Van toepassing op: EMS S8 (S8PDE)
Detectie
De waarde van temperatuursensor T158 voor de oxidatiekatalysator verschilt van de verwachte waarde. Wederzijdse vergelijkingen tussen de drie temperatuursensoren T158 geven onwaarschijnlijke waarden aan.
Mogelijke oorzaak
- Storing in de temperatuursensor T158. - Brandstof- of olielekkage in de uitlaatgasstroom (bijvoorbeeld vanaf de verstuivers in de cilinderkoppen of vanaf de turbocompressor). - Een uitlaatsysteem waarmee is geknoeid resulteert in een lage luchtstroom door de oxidatiekatalysator en het deeltjesfilter. - Storing in gecombineerde sensor T47.
Systeemreactie
Deeltjesfilterregeneratie is niet mogelijk. De storing is van invloed op de uitstoot van stikstofoxide door de motor. Afhankelijk van de emissieklasse resulteert dit in koppelreductie, toerentalbegrenzing en een brandende waarschuwingslamp. Geconstateerd binnen 60 minuten bij rijden onder belasting (niet tijdens stationair draaien).
Oplossing
- Controleer de storingscodes betreffende het brandstofsysteem en het gasuitwisselingssysteem.
- Voer Functies > Controleren > Aandrijflijn > Emissieregeling > Nabehandeling uitlaatgassen > Nabehandeling uitlaatgassen, werkingstest deeltjesfilter uit, die een wederzijdse vergelijking van de temperatuursensoren omvat.
- Voer Functies > Controleren > Aandrijflijn > Motor > Basismotor > Cilindervermogenstest uit.
- Voer Functies > Controleren > Aandrijflijn > Motor > Basismotor > Cilinder balanceren uit.
- Verwijder de uitlaatslang van de uitlaatdemper.
- Zoek naar brandstof- en olielekkage in het uitlaatsysteem tussen de motor en de uitlaatdemper.
- Als olie in het uitlaatsysteem aanwezig is, controleer dan op olielekkage in de turbocompressor.
- Controleer of er zwarte of witte rook aanwezig is tijdens het accelereren; dit geeft een storing in een verstuiver of incorrecte lucht- en brandstofcondities aan.
- Witte rook betekent koolwaterstoffen, wat een storingscode kan activeren.
- Verificatie Controleer of de storing is verholpen door de motor maximaal 60 minuten onder belasting te laten draaien.
Deze informatie is uitsluitend bedoeld als richtlijn. Volg altijd de werkplaatshandleiding van de fabrikant en de veiligheidsprocedures; neem bij twijfel contact op met een erkende werkplaats.